“Noch Shah, noch Mollah: we vechten om te leven”

Interview met Fariba Amirkhizi, Iraanse activiste in België, lid van Revolutionary Collective Woman, Life, Freedom, over revolutie, repressie en internationale solidariteit.

Dit interview werd afgenomen voor de start van de imperialistische oorlog tegen Iran. De inhoud blijft nog steeds relevant. 

Solidarity: Fariba, hoe gaat het met jou? En heb je nog contact met mensen in Iran?

Fariba: Eerlijk? Het is een moeilijke periode. Ik ben fysiek veilig in België, maar mentaal ben je nooit echt weg van wat er daar gebeurt. Ik heb nog contact met familie, vrienden en politieke kameraden. Sommigen zijn in veiligheid, anderen zijn opgepakt. Iemand dichtbij mijn familie is vermoord. Dat soort nieuws komt aan. Wat daar gebeurd is, kunnen we ons hier nauwelijks voorstellen. Je voelt dat de repressie een diepe impact heeft gehad op mensen.

Solidarity: Dat is erg om dit te horen over je familielid. Er zijn heel veel slachtoffers gevallen. Kan je er ons meer over vertellen?

Fariba: Het is echt een bloedbad geweest. Mensen hebben medebetogers die naast hen liepen in een betoging neergeschoten zien worden. Ze stonden met lege handen tegenover oorlogswapens. De brutaliteit is de voorbije weken opnieuw toegenomen. Het geweld is niet nieuw in Iran, maar de schaal en de openheid ervan op straat zijn wel een kantelpunt.

Solidarity: Hoe verhoudt deze golf van repressie zich tot eerdere opstanden, zoals die na de dood van Jina Mahsa Amini in 2022?

Fariba: Ze is veel brutaler en openlijker dan toen en dat heeft een reden. De opstand na de moord op Jina Mahsa Amini was de meest progressieve beweging tegen het regime die we in jaren hebben gezien. “Woman, Life, Freedom” bracht feministische eisen, queer strijd, verzet tegen de theocratie en tegen de verplichte hoofddoek samen. Dat laatste was niet de enige reden waarom mensen op straat kwamen, maar het werd wel een krachtig symbool van verzet tegen de hele islamitische theocratie.

Tegelijk zagen we in de nasleep daarvan ook de eerste duidelijke signalen van een rechtse tegenbeweging. Denk aan slogans als “Man, vaderland, welvaart” – die slogan dook op in bepaalde manifestaties en vooral op sociale media, vaak verspreid door monarchistische en nationalistische kringen. Ze was een bewuste tegenzet tegen “Woman, Life, Freedom”: waar vrouwen, leven en vrijheid centraal stonden, verschoof deze leuze de focus naar mannelijkheid, natie en economische orde. Dat betekende een poging om de conservatieve krachten te verzamelen in een tegenbeweging rond nationalistische en patriarchale termen. Dat zijn contrarevolutionaire, fascistische leuzen, bedoeld om te intimideren. Dat had een moment moeten zijn waarop links sterker had moeten ingrijpen om de beweging terug te claimen, door de strijdkreet van de vrouwen op te nemen en te verdiepen. Door dat niet te doen, heeft ze dat zelfvertrouwen van het regime om keihard terug te slaan een duw in de rug gegeven.

Solidarity: Hoe kadert de huidige repressie in de langere historische lijn?

Fariba: Na de revolutie van 1979, die de dictatuur van de Sjah omver wierp, kwam niet de emancipatie waar veel mensen op hoopten, maar een contrarevolutie aan de macht. Het Westerse imperialisme heeft meegeholpen om de linkse activisten en revolutionaire krachten uit te schakelen. In de eerste jaren daarna, vooral rond 1980, was er een bloedige repressie: executies op straat, massale arrestaties, en later ook de massa-executies van politieke gevangenen. Het verschil met vandaag is dat het regime toen nog bezig was met die legitimiteit en autoriteit af te dwingen. In het begin had het nieuwe theocratische regime nog een zekere sociale basis, vooral omdat het de gehate dictatuur van de Sjah had omvergeworpen en zich presenteerde als anti-imperialistisch en sociaal rechtvaardig. Er werden in die eerste periode ook bepaalde sociale maatregelen genomen, zoals het uitbreiden van bepaalde basisvoorzieningen en subsidies, wat bij delen van de bevolking steun opleverde. Maar die basis was broos en werd snel ondermijnd door repressie tegen linkse krachten en minderheden. Nu is die legitimiteit bijna volledig verdwenen. Dat zie je bijvoorbeeld in het feit dat zelfs delen van de ook delen van de traditionele religieuze achterban openlijk hun vertrouwen opzeggen, dat verkiezingen worden geboycot, dat er steeds meer kledingsregels openlijk gebroken worden, dat slogans op straat niet langer om hervorming vragen maar om het einde van het hele systeem. Dat maakt hen zwakker, maar ook gevaarlijker: wie geen legitimiteit meer heeft, grijpt sneller naar pure terreur

Solidarity: In welke mate moeten we de verhouding tussen het Iraanse regime en het imperialisme zien, volgens jou?

Fariba: Natuurlijk is het zo dat de VS en het Iraanse regime op gespannen voet leven. Iran en de VS stellen zich voor als vijanden van elkaar en het Iraanse regime speelt in op de rivaliteit tussen de VS en andere imperialistische blokken, in het bijzonder China en Rusland.

Imperialisme is niet alleen rechtstreeks kolonialisme; het is een economisch-politiek systeem van enerzijds macht en afhankelijkheid en anderzijds conflict. Het zijn kapitalistische machtsblokken die strijden om controle en afzetmarkt. Binnen dat geheel zijn ook het Chinese en Russische imperialisme reële factoren van onderdrukking.

Tegelijk moeten we concreet zijn: de VS hebben jarenlang zware sancties opgelegd aan Iran, officieel onder meer omwille van het nucleaire programma. De VS willen geen kernmacht in de regio die hun hegemonie of die van Israël kan uitdagen. Die sancties hebben het regime niet verzwakt in zijn repressieve kern, maar wel het dagelijkse leven van gewone mensen verergerd. Het Iraanse volk heeft bovendien bijzonder hard geleden onder het decennialange afbraakbeleid op aandringen van de Wereldbank en het IMF, die beide worden gedomineerd door het westerse kapitalisme en uitgevoerd door de Iraanse regering. Dit beleid omvat onder meer de privatisering van openbare diensten en de afschaffing van subsidies voor voedsel en andere basisbehoeften. De flagrante ongelijkheid en corruptie in Iran zijn dus mee het resultaat van die internationale kapitalistische verhoudingen én van het beleid van het regime zelf.

Solidarity: Terwijl er ook de vraag wordt gesteld of de protesten in Iran niet de positie van de VS, het dominante imperialistische blok, versterken.

Fariba: Het is zo vermoeiend en pijnlijk om te zien hoe sommige mensen de revolutionaire beweging in Iran wegzetten als “pro-imperialistisch protest”, gewoon omdat het gericht is tegen een vijand van de VS. Maar “the enemy of my enemy is not my friend”!

Alsof je, omdat je tegen westers imperialisme bent, plots de misdaden van het Iraanse regime moet relativeren of minimaliseren. Je kan geen marxist zijn en een criminele staat steunen – wat ik daarmee bedoel, is dat je je niet achter een regime kan scharen dat zijn eigen bevolking en werkende klasse onderdrukt, foltert en executeert, enkel omdat het geopolitiek tot een ander kamp dan de VS hoort. Dat is een vorm van kampisme: de redenering dat je automatisch het kamp moet kiezen dat tegenover het dominante imperialistische blok staat. Maar zo’n logica negeert de concrete klassenstrijd in dat land zelf en verraadt de mensen die daar vechten voor hun rechten. Dialectisch materialisme is geen dode doctrine; het is een manier om de levende realiteit te begrijpen. Klassenstrijd bestaat ook in Iran, net zoals overal. Net zoals overal is er de objectieve noodzaak van werkenden, jongeren en vrouwen om in verzet te komen tegen het regime dat verantwoordelijk is voor hun moeilijke levensomstandigheden. Wie dat ontkent, ontkent niet alleen de realiteit van het wereldwijde kapitalisme vandaag.

De genocide in Gaza gaat over kolonialisme, etnische zuivering en over de vernieling van land, dus bloedbaden vergelijken heeft geen zin. Maar wanneer we spreken over duizenden doden en schattingen die oplopen tot tienduizenden slachtoffers in Iran, dan moet het duidelijk zijn dat steun aan het Iraanse regime geen daad van revolutionaire solidariteit is. Kampisme kan ertoe leiden dat men misdaden minimaliseert of zwijgt over repressie, enkel omdat het regime zich in conflict bevindt met het Westen. Dat is geen internationalisme, dat is politieke blindheid.

Solidarity: In westerse media wordt heel veel nadruk gelegd op het feit dat “de Iraanse bevolking hoopt op een interventie van het Westen”, soms zelfs expliciet van Trump. Herken jij dat sentiment?

Fariba: Het is niet de meerderheid, maar je kan niet ontkennen dat dat sentiment bestaat, zeker bij delen van de diaspora en ook bij sommige mensen in Iran die uitgeput zijn en geen uitweg meer zien. Mensen zijn moe. Al decennia is er verzet, en telkens wordt het bloedig onderdrukt. Op een bepaald moment gaan sommige mensen denken: “Misschien kan alleen externe macht dit regime breken.” Ik begrijp die wanhoop, maar politiek is dat een gevaarlijke logica. The enemy of my enemy is not my friend geldt hier ook. Dat het ayatollah-regime onze vijand is, betekent niet dat elke macht die zich daartegen keert automatisch aan onze kant staat.

Solidarity: Waarom is het gevaarlijk om dat te denken?

Fariba: Omdat imperialisme geen bevrijding brengt. Het Westen, of Israël, of wie dan ook, zal nooit ingrijpen omwille van onze vrijheid. Het cynisme van Israël is bijzonder groot natuurlijk: de Israëlische staat ziet Iran in de eerste plaats als geopolitieke tegenstander, niet als een samenleving waarvan het volk bevrijd moet worden. Hun project is controle, invloed en stabiliteit in hun eigen voordeel. Je ziet nu al een soort “soft war”: media, geld, het promoten van rechtse oppositiefiguren, het naar voren schuiven van leiders die perfect passen in hun geopolitieke agenda. Dat smoort revolutie, in plaats van ze mogelijk te maken.

Solidarity: In België zien we net rechtse politici en commentatoren die zich plots solidair verklaren met de Iraanse protesten, vaak met een sterk anti-islamdiscours. Hoe kijk jij daarnaar?

Fariba: Dat is pure instrumentalisering. Partijen als N-VA en figuren uit extreemrechtse kringen proberen de Iraanse strijd te herleiden tot “tegen de hoofddoek zijn”. Ze hangen zelfs de vlag van de sjah uit en doen alsof dat de vlag van “Woman, Life, Freedom” is. Dat is het niet. Die monarchistische vlag staat voor een patriarchaal, nationalistisch en onderdrukkend regime. Koerdische minderheden en andere onderdrukte groepen accepteren die vlag niet.

En laat ons eerlijk zijn: wie zweeg en zwijgt over Gaza of de genocide daar minimaliseert, maar zich plots presenteert als “bondgenoot van het Iraanse volk”, is ongeloofwaardig. Die dubbele standaarden voelen mensen, zeker jongeren en activisten, heel scherp aan. Dat zorgt ook voor verwarring: wie is nu echt solidair, en wie gebruikt onze strijd voor zijn eigen agenda?

Solidarity: Hoe beïnvloeden de verdeeldheden binnen de diaspora de internationale solidariteit?

Fariba: Sterk. Een deel van de diaspora bestaat uit uitgesproken monarchisten, soms met extreemrechtse tendensen: leeuw-en-zon-symboliek, Israëlische vlaggen naast Iraanse nationalistische leuzen. Zelfs Netanyahu misbruikt de slogan “Woman, Life, Freedom”. Dat maakt solidariteit complex. Mensen in het Westen zien dat en denken: “Ah, dat is de Iraanse oppositie.” Maar dat is maar een deel – en zoals eerder gezegd houden ze er vaak conservatieve en patriarchale slogans op na. Wij moeten daar openlijk over discussiëren, anders wordt onze strijd gekaapt. En opnieuw: dat maakt het voor jongeren en activisten hier moeilijk om te weten hoe je solidair kan zijn zonder in rechtse of imperialistische logica te belanden.

In Brussel hebben we betogingen gezien tegen de Iraanse Revolutionaire Garde waar extreemrechtse figuren het woord namen, met videoboodschappen van figuren als George Bush. Dat gaat over “Make Iran great again”. Dat is geen solidariteit, dat is contrarevolutie. Het zijn diegenen die de machistische patriarchale orde van de Sjah verdedigen. Het is een poging om de woede van mensen te kanaliseren in een rechtse, nationalistische richting, en uiteindelijk ook in een pro-imperialistisch project.

Solidarity: Je benadrukt vaak dat verschillende vormen van onderdrukking samenkomen in deze beweging: klasse, gender, nationaliteiten, queer strijd. Waarom is dat zo cruciaal?

Fariba: Omdat de realiteit in Iran ook zo is. Het regime is tegelijk religieus onderdrukkend, autoritair, kapitalistisch en patriarchaal. Vrouwen, queer personen, nationale minderheden zoals Koerden – zij staan allemaal in de frontlinie.

Solidarity: Toch hoor je soms kritiek vanuit delen van links dat “Woman, Life, Freedom” te “burgerlijk” zou zijn, niet radicaal genoeg.

Fariba: Bewegingen ontstaan niet in een zuivere ideologische vorm. Je kan niet verwachten dat mensen van “Woman, Life, Freedom” in één sprong naar communisme gaan. Sociale bewegingen bouwen via betrokkenheid, ervaring en organisatie. Het waren vaak jonge meisjes uit de werkende klasse die op straat kwamen. Dat is revolutionair. Het probleem is dat de contrarevolutie – monarchisten, nationalisten – vandaag beter georganiseerd is dan links en de arbeidersbeweging in Iran. Als wij geen geloofwaardig alternatief opbouwen, ligt de weg open voor rechts en uiteindelijk voor imperialistische inmenging.

Solidarity: Wat kunnen mensen hier in België concreet doen?

Fariba: We organiseren “Tuesday against executions in Iran”, solidariteitsacties met een duidelijke politieke lijn: “Ni shah, ni mollah.” We werken samen met feministische groepen, queer collectieven, Koerdische organisaties. En we verbinden onze strijd met andere plekken: Rojava, Gaza, Venezuela. Niet omdat alles hetzelfde is, maar omdat onderdrukking en verzet internationaal met elkaar verbonden zijn.

Solidariteit is meer dan een hashtag. Het is ook het weigeren om rechtse recuperatie te slikken, het kritisch bevragen van mediaframes, en het steunen van progressieve stemmen binnen de Iraanse beweging.

Solidarity: Als je één boodschap zou willen meegeven aan mensen hier, welke zou dat zijn?

Fariba: Dat echte solidariteit betekent dat je weigert te kiezen tussen twee onderdrukkende machten. Dat je tegelijk tegen het ayatollah-regime kan zijn én tegen westers imperialisme. Wij vechten niet alleen tegen repressie, maar voor een wereld zonder kapitalisme. Voor het leven. Voor vrijheid die niet wordt ingeruild voor een nieuwe vorm van onderdrukking. Het klopt dat velen in Iran uitgeput zijn, dat wanhoop soms zwaar op de schouders rust. Maar er groeit ook iets anders: nieuwe revolutionaire gezichten, een generatie die opstaat en haar plaats opeist. Onze verantwoordelijkheid hier bestaat erin die kiemende hoop niet prijs te geven aan fascistische of imperialistische krachten.