Hallo Ahmed, we hebben elkaar ontmoet tijdens een recente solidariteitsactie met pro-Palestijnse activisten die aangeklaagd worden door OIP, een Belgisch bedrijf dat eigendom is van Elbit Systems, de belangrijkste nationale wapenleverancier van het zionistische bezettingsleger. OIP maakt dus integraal deel uit van de zionistische genocide-industrie, en daarom hadden activisten besloten haar productielocatie in Oudenaarde te blokkeren op 4 maart 2024. Op 17 februari 2026 vond de hoorzitting plaats en verzamelden mensen zich voor de rechtbank van Oudenaarde om hun solidariteit te betuigen met de activisten en de mensen in Palestina. Er waren toespraken, slogans, eten en warme dranken; mensen woonden de zitting bij en er werden workshops georganiseerd om verdere politieke discussie mogelijk te maken. In zekere zin is dit gesprek een voortzetting van die discussie. Maar zou je eerst jezelf en je politieke coming-of-age willen voorstellen?
Natuurlijk, mijn naam is Ahmed Omar, en ik ben politiek actief sinds ik 17 jaar oud was, toen de acties in de aanloop naar de Egyptische Revolutie, onderdeel van de Arabische Lente van 2011, aan de gang waren. Weliswaar was ik daarvoor al op zoek naar bevrijding door persoonlijke worstelingen. Ik ben opgegroeid in een religieus arbeidersmilieu. Ik was dus vroeg en op een heel praktische manier bezig met politiek voordat ik enig theoretisch inzicht verwierf in vragen rond bevrijding. Het was via de praktijk dat ik vervolgens betrokken raakte bij de Egyptische revolutie. Daarna raakte ik ook theoretisch betrokken, via academisch onderzoek en vooral als journalist voor diverse internationale media, met name over islamisme en religieuze radicalisering in Egypte, en ik deed ook verslag van de vele aspecten van de dictatuur, het harde optreden tegen afwijkende meningen, politiek activisme, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, enz. In 2024, terwijl ik verslag deed van de verjaardag van de revolutie, werd ik opgepakt door staatsveiligheid, die mijn ouderlijk huis binnenvielen en me meenamen voor ondervraging, een proces met in Egypte meestal een wreed lot, zoals gedwongen verdwijning of een leven achter de tralies. Ik had weliswaar het geluk snel steun te krijgen van internationale organisaties die zich inzetten voor de bescherming van journalisten in gevaar, waardoor ik enkele dagen later, op 1 februari 2024, in België terechtkwam. Sindsdien ben ik, naast mijn proces als nieuwkomer in België, op zoek naar verschillende manieren om me in te zetten voor de politieke strijd. Natuurlijk is de taalbarrière een probleem geweest, maar dat geldt ook voor mijn tot nu toe beperkte vermogen om de specifieke lokale problemen op het gebied van politiek en economie te begrijpen, ook al ken ik de grote lijnen. De Belgische solidariteitsbeweging met Palestina, met haar internationale dimensie en ondanks de repressie, is van cruciaal belang geweest om actief te blijven terwijl ik mijn weg zoek. Ik had het geluk dat de beweging zich in België zichtbaar kan manifesteren op universiteiten, op straat en tijdens evenementen zoals die waar we elkaar ontmoet hebben.
Wat bracht je specifiek naar de Stop Elbit solidariteitsactie?
In het begin van mijn activistische jaren, vóór 2011, hadden we iets wat ik zou kunnen omschrijven als “betogingstoerisme”. In feite wachtten we niet tot er een betoging of actie in onze stad plaatsvond. Als we hoorden dat een andere groep een actie organiseerde in een andere stad, gingen we daar de volgende ochtend naartoe. We gingen bijvoorbeeld naar rechtszittingen om gearresteerde activisten te steunen. Deze praktijk stierf uit met de dictatuur van El-Sisi, en daarmee ook het potentieel en de zichtbaarheid van politiek activisme. Dus toen ik naar de Stop Elbit-solidariteitsactie ging, herinnerde dat me aan de mogelijkheid dat politieke actie overal kan plaatsvinden, en aan de reis in georganiseerde groepen naar de plaats van de actie. Ik was inderdaad op zoek naar mensen om van Gent naar Oudenaarde te gaan, omdat ik niet alleen wilde gaan; het is geen individuele inspanning. De waarde van de actie ligt eerder in het in groepen reizen om op één plek samen te komen. Natuurlijk zijn er ook verschillen. Bijvoorbeeld, de eerste keer dat ik in Egypte werd gearresteerd – ik was pas 17 jaar oud -, gebeurde dat in vrijwel dezelfde situatie: ik was onderweg van de ene stad naar de andere voor een betoging. Het was nog de tijd voor de smartphones, en de betoging stond gepland om 9 uur voor de rechtbank. Maar tijdens onze rit van drie uur naar de rechtbank hadden de lokale activisten in Alexandrië de locatie van de betoging gewijzigd. Ze wisten niet dat er nog vier vrienden zouden komen, en zo waren we van elke bescherming beroofd. We kwamen aan op de afgesproken plek en werden meteen gearresteerd. Maar toen we eindelijk een telefoon te pakken kregen, hadden we tenminste nummers om te bellen en hulp in te roepen. Dat is me bijgebleven. In Oudenaarde zag ik dat mensen heel goed georganiseerd waren en een strikte onzichtbaarheidspolitiek volgden, en ik weet wat repressie is, maar toen besefte ik dat ik geen enkel nummer had. Als ik gearresteerd was en iemand me in de gevangenis een telefoon aangeboden had, had ik niemand kunnen bellen. Ik had alleen de contactgegevens van al die valse namen op Signal. Kortom, als mijn telefoon offline gaat, kan ik niemand bereiken en ben ik alleen.
Ik herinner me dat je tijdens de workshop en de politieke discussie de noodzaak benadrukte om openlijk in het openbaar te strijden. Kun je uitleggen wat je daar precies mee bedoelde?
Om het vervolg te lezen van dit gesprek in het Engels, klik hier.