Na onze breuk met LSP/PSL, bouwen aan een intersectioneel marxistisch project

Deze verklaring wordt aangenomen op een conferentie van Solidarity op 25 oktober 2025.

Na ons vertrek uit LSP/PSL in juni 2025 kwamen 40 oud-LSP/PSL-leden samen en besloten een nieuw project op te starten. Dit project heeft als doel een intersectioneel marxistische organisatie op te bouwen in België. Voor de breuk met LSP/PSL tot stand kwam organiseerden we ons als politiek platform binnen LSP/PSL vanuit een poging de organisatie te transformeren. In deze verklaring leggen we uit waarom wij er niet in geslaagd zijn deze transformatie van LSP/PSL volledig ten gronde uit te voeren, hoe wij dit hebben geprobeerd en wat we in de toekomst anders willen doen.

Een wereld van imperialisme, vernieling en onderdrukking

We leven in een wereld die radicaal verandert. Wat als een ‘zekerheid’ werd beschouwd is het vaak niet meer: vrede in Europa, kans op vooruitgang en een betere toekomst, democratische principes in het Westen, … Voor de meeste mensen wereldwijd zijn dit echter nooit vanzelfsprekendheden geweest.  Voor hen bestaat het leven al eeuwenlang uit koloniale overheersing, brutale uitbuiting en onderdrukking, oorlog en geweld. Het neoliberalisme probeerde rond de eeuwwisseling de illusie te wekken dat deze fenomenen nog te verwijderen restanten waren van het verleden. Vandaag wordt zijn deze samenlevingsvormen de norm aan het worden. 

In de Westerse maatschappij wordt elke vorm van verankerde solidariteit stelselmatig afgebroken: sociale zekerheid, openbare diensten, gezondheidszorg, onderwijs, democratische rechten, … 40 jaar neoliberaal afbraakbeleid heeft onze wereld herschapen tot een plaats waar geweld, individualisme, haat, agressie, … de bovenhand haalt. De koloniale overheersing die altijd met extreme vormen van geweld gepaard wordt vandaag zonder blikken of blozen toegepast in alle uithoeken van de wereld. Fascistische methodes grijpen de macht in onder andere de Verenigde Staten en 100.000 namen deel aan een extreemrechtse manifestatie in Londen. We waren live getuigen van een gestreamde genocide waarbij wereldmachten legitimeren, participeren of wegkijken. Democratische rechten worden, daar waar ze nog bestonden, zonder dralen naar de prullenbak verwezen. Oorlog is een onvermijdelijke realiteit voor velen en een perspectief voor iedereen. De elite heerst brutaler dan ooit, met nog meer racisme, seksisme en agressiviteit.

Het kapitalisme overleeft en heerst door steeds brutalere vormen van concurrentie, uitbuiting en onderdrukking toe te passen. Daartegenover komt een massale tegenbeweging op gang. Gen Z trekt de straat op tegen corruptie, onrecht en perspectiefloosheid. Deze gevoelens zijn zo veralgemeend aanwezig dat deze beweging  de hele wereld zal rondtrekken. Een aantal revoltes in landen als Nepal, Madagascar, Kenia en Marokko deden reeds regimes wankelen, sommigen zelfs vallen. Het is diepe woede tegen de heersende elite die de brandstof vormt voor deze protesten, zonder een duidelijk alternatief voor ogen. De wereldwijde protestbeweging voor Palestina evolueerde naar directere vormen van boycot en op sommige plaatsen zoals in Italië lukte dit ook. In de grote steden van de VS organiseren tienduizenden Amerikanen zich verzetten tegen de agressieve en repressieve agenda van Trump en ICE. 

Terwijl de Gen Z activisten en actiegroepen van onderuit, zoals de radicale vakbonden in Italië, alles proberen te blokkeren reageren de klassieke organisaties van de linkse beweging vaak behoudend. Ze zitten vast in vertrouwde routines, gebaseerd op het comfort en het medebeheer van een mildere variant van het kapitalisme.  Ze lijken geen antwoord klaar te hebben op de imperialistische agressie vandaag. Protesteren is al lang niet meer voldoende. Aan de basis organiseren, de vernietigingsmachine blokkeren en een alternatief uitbouwen, zijn de taken waar we voor staan. Maar hoe? Het ‘marxisme’ zoals het zich vandaag manifesteert, draagt de gevolgen met zich mee van de nederlagen en mislukkingen om het socialisme te realiseren.  Er is nood aan diepgaande reflectie, herbronning en correctie. Dit was niet mogelijk bij LSP/PSL. De organisatie was geen veilige omgeving en ze gleed steeds verder weg in het herhalen van foute en verouderde formules en slogans.  

Correctie rond seksisme, weigering deze consequent toe te passen

LSP/PSL maakte sinds haar oprichting deel uit van het Committee for a Workers International. Een marxistisch project opgestart midden de jaren 70, dat belangrijk werk deed, maar tegelijkertijd zware tekortkomingen had. Er was een neerbuigendheid tegenover vormen van strijd die niet voortkomen uit de “klassieke” arbeidersbeweging, in het bijzondere feministische, anti racistische en anti koloniale strijd. Dat is de achtergrond waartegen er zich de voorbije zes jaar een diepe crisis ontwikkelde in dit project.  Deze beperkte visie op de klassenstrijd had ook een grote impact op de interne cultuur van het CWI en haar nationale organisaties. 

Er groeide bij een deel van het lidmaatschap in LSP/PSL een steeds grotere bewustwording over hoe die traditie onze organisatie negatief beïnvloed heeft. Te vaak was onze ‘marxistische’ benadering economisch reductionistisch van aard, met vooral aandacht voor economische uitbuiting, en te weinig voor de specifieke vormen van onderdrukking en hoe deze ook de uitbuiting beïnvloedt. Er was een te enge focus op strijd rond puur economische eisen. De ervaringen via het werk van Campagne ROSA waren instrumenteel om tot dit besef te komen. 

We kunnen enkel vaststellen dat we opvallend laat waren in deze realisatie, sommigen verdedigden deze ideeën al met verve 30 tot 40 jaar geleden. De verschillende strijdbewegingen als #metoo, BLM en deze tegen genocide leerde ons dat de strijd tegen onderdrukking moet vertrekken van een expliciete erkenning van de brutale impact die deze onderdrukking heeft. 

In onze politieke traditie bevonden zich elementen van een economistische, grove en slechte benadering van onderdrukking. Deze slaagde er niet in de geleefde ervaringen van de onderdrukten centraal te stellen, uit te gaan van hun aspiraties of deze zelfs maar te erkennen. En deze deed te vaak concessies aan meer bevoorrechte lagen binnen de werkende klasse. 

In het verleden zijn we vaak tussengekomen en hebben ons geïnvesteerd in strijd tegen onderdrukking. Te vaak vooral als een manier om de partij op te bouwen. Daarbij hebben we onvoldoende moeite gedaan om te begrijpen wat de activisten drijft, waarom en welke andere ideeën er in die bewegingen bestaan, hoe de strijd daartegen eruit zou moeten zien … We hebben als nieuwe organisatie nog veel stappen te zetten om te corrigeren, door oprecht te luisteren en te proberen begrijpen wat mensen uit onderdrukte groepen te zeggen hebben.

Onderdrukking drukt zich niet enkel uit in vormen van structurele economische discriminatie, lagere lonen, lagere pensioenen, enzovoort. Deze gaat ook gepaard met geweld en dagelijkse vormen van discriminatie, ook toegepast door andere personen van de werkende klasse, gebaseerd op wijdverspreide denkbeelden en houdingen. 

De brutaliteit van economische uitbuiting wordt sterker wanneer je ook nog eens slachtoffer bent van verschillende vormen van onderdrukking. Een vrouwelijke werkster, zonder papieren, ondergaat een veel brutalere vorm van uitbuiting dan een witte hoogopgeleide loontrekkende man, ook al maken ze deel uit van dezelfde sociale klasse, de werkende klasse.

In LSP/PSL was er een dominante politieke benadering die stelde dat de strijd rond thema’s die ons zogezegd verenigen — zoals sociaal-economische eisen voor meer loon, pensioenen, openbare diensten — ervoor zou zorgen dat seksisme en racisme als vanzelf zouden verdwijnen. Deze positie bleek op z’n best naïef maar vooral verkeerd. Onderdrukking is een essentieel onderdeel van de uitbuiting door het kapitalisme en imperialisme. De meest brutale vormen van onderdrukking krijgen ideologische legitimatie via de verspreiding van racistische en seksistische ideeën. Een strijd tegen alle vormen van onderdrukking is een noodzakelijke voorwaarde om de klasse-eenheid te kunnen realiseren die noodzakelijk is om de strijd rond sociaal-economische eisen te kunnen voeren. Wanneer we falen om deze taak op te nemen zullen deze ideeën zonder veel tegenspraak verder blijven woeden. 

Dit liet zich ook in onze organisatie voelen. Er was een zekere aarzeling om resoluut feministisch of anti-racistisch te zijn. Dat werd al snel als moralistisch weggezet. Strijd rond economische eisen domineerde onze benadering en het programma tegen seksisme moest volgens sommigen worden afgetoetst aan wat de gemiddelde man aanvaardbaar zou vinden, ook al domineren seksistische ideeën. Een aantal (hoofdzakelijk) mannelijke leden vonden het niet ‘marxistisch’ om te spreken over verkrachtingscultuur, om microagressies te erkennen en interpersoonlijke machtsdynamieken. Ook het benoemen van de verantwoordelijkheid die elke individuele man of witte persoon hierin speelt werd weggezet als moralisme. Wanneer leden werden aangesproken op eigen toxisch gedrag, waren ze snel op de tenen getrapt, werden defensief of erger nog stelden ze zichzelf op als slachtoffer. 

Er is een enorme evolutie in het bewustzijn bij linkse jongeren dat kapitalisme niet enkel steunt op uitbuiting van arbeid, maar ook op het patriarchaat, racisme, kolonialisme en cisheteronormativiteit. Deze structuren versterken elkaar en verdiepen de capaciteit tot uitbuiting door het kapitalisme. De strijd tegen patriarchale onderdrukking, tegen racistische en koloniale onderdrukking, van queer en trans personen tegen cisheteronormatieve uitsluiting is ook een strijd van de werkende klasse. Geen van die strijdterreinen is “secundair” — ze zijn onderdeel van een veelzijdige en diverse strijd tegen een systeem dat ongelijkheid produceert om winst te maken.

Decennialange racistische en conservatieve propaganda heeft een voedingsbodem gecreëerd voor reactionaire tendensen. Er bestaat binnen delen van links, in vakbonden en bij oudere activisten, een zekere gewenning en aanvaarding van racistische en seksistische vooroordelen. De lange periode van neoliberalisme heeft grote impact gehad op de individualisering van maatschappelijke problemen. Het heeft onder andere geleid tot een normalisering van racistische en seksistische denkbeelden. Wanneer een principiële houding van solidariteit tegen alle vormen van onderdrukking en discriminatie afbrokkelt, ligt de weg open voor een nog brutalere en gewelddadigere vorm van kapitalisme.

Een actieve en bewuste strijd tegen elke vorm van onderdrukking is een noodzakelijke voorwaarde om de werkende klasse te verenigen in strijd tegen haar gedeelde onderdrukker. Zo’n benadering start met een onbreekbare solidariteit tav de meest kwetsbare delen van onze klasse, de slachtoffers van veelvuldige vormen van onderdrukking  Deze conclusie werd de voorbije jaren in congresteksten voorzichtig benoemd. Toen de interne crisis ontplofte bleek een deel van het lidmaatschap daar helemaal niet mee akkoord te zijn en al zeker niet over de concrete toepassing ervan mbt de interne cultuur.  

Bescheidenheid en zelfkritiek als basishouding in een open en democratische interne cultuur

Een organisatie die moeite heeft met kritische zelfreflectie en die vernieuwing als onnodig beschouwt, zal vroeg of laat in crisis raken. Dat proces heeft LSP/PSL doorgemaakt — eerst op internationaal niveau, later in België. De partij slaagde er niet in te doen wat volgens ons in het DNA van een marxistische organisatie zou moeten zitten: voortdurend kritiek op zichzelf formuleren en zich vanuit die ervaring vernieuwen en versterken. Er was binnen LSP/PSL een cultuur van zelfgenoegzaamheid, arrogantie, machisme en gebrek aan debatcultuur om kritische reflectie en vernieuwing mogelijk te maken.

Marx beschreef in een van z’n werken hoe de proletarische revolutie (van kapitalisme naar socialisme) verschilt van de burgerlijke revolutie (van feodalisme naar kapitalisme). De overgang naar het socialisme moet het resultaat zijn van een bewust, gedragen proces bij een meerderheid van de klasse. Hij verwoordt in deze passage treffend welke bescheiden en zelfkritische houding hiervoor noodzakelijk is. Organisaties die in dit proces een drijvende kracht willen zijn zullen deze houding in zich moeten dragen en deze propageren binnen alle geledingen van de beweging. “Proletarische revoluties kritiseren zichzelf gestadig, onderbreken voortdurend hun eigen loop, komen op het schijnbaar volbrachte terug om er weer opnieuw aan te beginnen, honen met meedogenloze grondigheid de halfheden, de zwakheden en de armzaligheid van hun eerste pogingen, …”

De intentie van Solidarity is om ‘de halfheden, de zwakheden en armzaligheid van onze eerste pogingen’ te erkennen en vanuit deze erkenning cruciale lessen te trekken voor onze toekomst. 

Van een diepe crisis naar een existentiële crisis

LSP/PSL bouwde zich begin deze eeuw op tot een nieuwe en jonge anti-kapitalistische organisatie, met een betrokkenheid en rol in vele strijdbewegingen. We willen hier geen volledig relaas brengen van het werk dat deze organisatie heeft verricht. Ondanks de diepgaande kritiek die we nu formuleren op onze politieke traditie, zijn sommige van de bijdragen die LSP/PSL leverde waardevol geweest. Helaas werden deze bijdragen in de laatste periode alsmaar schaarser en beperkter.

Waar we willen op focussen zijn de diepgaande tekortkomingen en belangrijke fouten die aan de basis liggen van de crisis in onze organisatie. Het proces van aftakeling als politieke organisatie was al een tijd aan de gang. Voor veel LSP/PSL-leden werd dit pas laat duidelijk. De schijn werd opgehouden dat alles ok ging en de moeilijkheden in de werking vooral te wijten waren aan een moeilijke historische periode voor radicaal links. Een deel van de leiding verschool zich achter deze realiteit om de gestage achteruitgang van activiteit en daadkracht van de organisatie te verklaren. In de praktijk werd LSP/PSL een organisatie die vastgeroest raakte in oude formules, slogans en methodes van werken. Dit werd pijnlijk duidelijk in haar falen om een jonge generatie aan te trekken en die generatie een plaats te geven in de werking en de leiding.

Deze jonge generatie accepteert niet langer dat linkse bewegingen wel grote woorden spreken over seksisme en racisme, maar falen in het consequent bestrijden ervan in de eigen organisatie of beweging. Dit fenomeen was ook aanwezig in LSP/PSL. In de praktijk was er een hyper mannelijke, soms verbaal agressieve of arrogante cultuur, zowel intern als extern. Dit had al geleid tot een verschraling van de politieke debatcultuur. Meer en meer klaagden jongeren, vrouwen, queer personen en slachtoffers van onderdruking en geweld over een onveilige omgeving. 

Daarbovenop kwam het politieke falen om een rol te spelen in de verzetsbeweging tegen de genocide in Gaza. De strijd tegen genocide en voor Palestijnse bevrijding drukt een bepalende stempel op deze tijd en op het bewustzijn van deze generatie jongeren. De onwil van de partij om haar programma in vraag te stellen en de lessen te leren van het vernieuwd bewustzijn rond imperialisme, kolonisatie en verzet, vervreemdde ons van de beweging en de jonge generatie activisten.

Stop de genocide! Een gefaalde test voor LSP/SPL. Hoe verder?

Bij de eerste cruciale test van het transformatieproces, in de beweging tegen de genocide in Palestina, botsten we op de weigering van een deel van de leden en de leiding om conclusies rond de strijd tegen onderdrukking consequent toe te passen. Welke slogans en programma we zouden hanteren in de beweging werd door sommigen afgetoetst aan de vraag hoe dit zou overkomen bij de Israëlische werkende klasse. Wij pleitten ervoor om resoluut aan de kant te staan van de onderdrukten en de slachtoffers. Wij pleitten ervoor om het koloniale bezettingskarakter van de Zionistische staat te erkennen en de eisen van de beweging voor boycot, divestment en sancties te ondersteunen. Niet omdat dit voldoende zou zijn om de genocide te stoppen. Maar als stappen in de uitbouw van een beweging die zou kunnen leiden tot isolement van Israël, een bewustwording bij de wereldbevolking (daar heb je actie voor nodig) als voorwaarde om naar nog grotere massaprotesten en boycots door de werkende klasse te kunnen gaan. 

Op ondemocratische wijze weerde de redactie van onze website en krant gedurende vele maanden de term ‘genocide’ uit artikelen en pamfletten. Leden werden door bepaalde leidinggevenden uitgescholden wanneer ze de Palestijnse vlag gebruikten als illustratie op sociale media, als symbool van solidariteit met de slachtoffers. Er was een weigering om de eis van boycot volop te steunen. Het is beschamend om dit vandaag te moeten toegeven en we kunnen enkel maar concluderen dat een deel van de leiding en het lidmaatschap de band met de levendige strijd had verloren. Het ontbrak hen aan woede en empathie. Ze plaatsten abstracte en foute principes van klasseneenheid boven solidariteit met een volk dat een genocide doormaakt.  

De voorbije maanden hebben deelnemers aan Solidarity actief deelgenomen aan de wekelijkse lokale acties, directe actievormen en lokale en nationale betogingen vanuit een wil om bij te dragen aan de beweging, fouten uit het verleden te corrigeren, te leren van activisten en Palestijnse stemmen.

Onze invulling van het marxisme is een intersectionele: zowel in woord, in de strijd en in onze interne cultuur. Het vraagt van ons om te zien hoe de structuren van macht en onderdrukking met elkaar verweven zijn en doorsijpelen in de hele samenleving. Daar tegenover is het nodig om een solidariteit op te bouwen die even verweven, even veelzijdig en even krachtig kan zijn.

Het einde van LSP/PSL

Na een lang en slopend proces van interne discussie moest worden vastgesteld dat LSP/PSL niet meer levensvatbaar was. We doorliepen een langdurig en bijwijlen pijnlijk proces van zelfkritiek. Ondanks de inspanningen van veel leden lukte het niet om de noodzakelijke transformaties binnen de organisatie door te voeren: de meningsverschillen en structurele tekortkomingen bleken te groot.

Gedurende de zomer van 2024 werd een intern onderzoek gevoerd nadat er vernieuwde kennis was genomen van feiten van geweld uit het verleden, gepleegd door een leidinggevend lid. Rond ditzelfde leidinggevend lid werden door verschillende jongeren klachten geformuleerd rond toxisch leiderschap, machisme, pestgedrag, etc. In het najaar werden de conclusies van het onderzoek voorgelegd en aanvaard. Als gevolg werd de persoon uitgesloten. Pas in april 2025 publiceerden we, na vele maanden van interne obstructie, toch een publieke verklaring op de website socialisme.be. Deze website werd ondertussen door de voormalige redacteur offline gehaald.

“In deze verklaring van LSP/PSL willen we verantwoording afleggen over een safeguarding-crisis die aan het licht kwam in 2024. Deze crisis leidde tot de uitsluiting van een voormalig leidinggevend lid van onze organisatie. We publiceren dit statement omdat we ervan overtuigd zijn dat het niet mogelijk is een revolutionaire organisatie op te bouwen waarin sprake zou zijn van doofpotoperaties of stilzwijgen over de waarheid of aangerichte schade. (*Safeguarding verwijst naar het geheel van maatregelen, gedragscodes en praktijken die erop gericht zijn mensen — vooral onderdrukten of wie kwetsbaar is — te beschermen tegen schade, misbruik en grensoverschrijdend gedrag, binnen en buiten onze organisatie.)

Als gevolg van dit onderzoek trad de meerderheid van de dagelijkse leiding van de partij terug, nl. diegenen die gedurende lange tijd deel uitmaakten van de leiding en niet adequaat hadden opgetreden in het verleden. Sommigen deden dit vanuit een volmondige erkenning van hun verantwoordelijkheid en de wil gemaakte fouten recht te zetten. Anderen deden dit schoorvoetend en waren meer bezorgd om hun eigen prestige dan om de toekomst van de partij. Enkelen onder hen verschuilden zich achter onwetendheid. De publicatie van deze verklaring werd gedurende maanden uitgesteld in een poging naar de buitenwereld de schijn hoog te houden dat er geen crisis was. Nochtans was de publicatie een essentieel onderdeel van het proces om eerlijk te rapporteren over de gemaakte fouten en verandering op een geloofwaardige manier in te zetten. We schreven er onder meer:

“We willen publiekelijk onze fouten erkennen en de aangerichte schade onder ogen zien. Daarom bieden we zonder voorbehoud onze excuses aan aan iedereen die schade heeft geleden door de tekortkomingen van onze organisatie — niet alleen aan slachtoffers van gendergerelateerd geweld door een voormalig lid, maar ook aan degenen die schade leden door de wijze waarop daarop werd gereageerd. Dit heeft mensen beroofd van de veiligheid, solidariteit en verantwoordelijkheid die zij mochten verwachten.”

In de verklaring — opgesteld door een deels nieuwe leiding en gesteund door een meerderheid van de toen nog actieve leden — hebben we niet enkel onze fouten openlijk toegegeven. We stelden ook een traject voorop waarop we de veranderingen verder wilden doortrekken. We stelden onder meer:

“We engageren ons tot een grondige review van onze volledige politieke benadering, onze specifieke benadering van onderdrukking, ons safeguarding-beleid, onze politieke cultuur en onze cultuur van leidinggeven. We verbinden ons ertoe dit transformatieproces transparant en collectief voort te zetten. We bereiden aanvullend materiaal voor reflectie en documentatie voor dat we zullen delen met leden en sympathisanten, zoals het statement in dit magazine over Palestina.”

Bij een groeiend deel van de leden was er ondertussen een volmondige erkenning dat er iets fundamenteel schortte aan de interne cultuur bij LSP/PSL. Een reeks moedige jonge leden vormden de stuwende kracht, zowel in de discussie over safeguarding en interne cultuur, alsook in het bredere transformatieproces. Ze werden door te veel leidinggevenden met wantrouwen onthaald ipv appreciatie te ontvangen.

Na het diepgaande debat over onze interne cultuur bleef een minderheid zich verzetten tegen de conclusies en besloot tot een boycot over te gaan. In het voorjaar van 2025 was onze organisatie de facto uiteengevallen, hoewel zij formeel nog bestond. Er werd nog een Platform opgericht binnen de structuren om te pleiten voor een Consequente Transformatie.

Daarmee hoopten we nog dat een dergelijk transformatieproces binnen de structuren van LSP/PSL kon worden voortgezet. In de praktijk bleek echter snel dat de kans om via interne hervorming de noodzakelijke correcties aan te brengen, was uitgeput.

Een nieuwe start: Solidarity

Het einde van de partij was toen al een feit. Het leven in de partij viel quasi volledig stil. De spanningen liepen enkel nog hoger op. De afdelingen liepen leeg. Slachtoffers van de interne cultuur verloren hun geduld met een proces dat permanent werd ondermijnd en waarvan de noodzakelijkheid telkens opnieuw in twijfel werd getrokken. Ze voelden zich niet meer welkom. Verschillende leden landden in een burn-out, anderen moesten zich terugtrekken uit zelfbescherming.  12 van de 16 leden van het verkozen Nationaal Comité onderschreven een resolutie waarbij ze benoemden dat de partij uit elkaar was gevallen en elk z’n eigen weg moest verderzetten. 

“Vele kameraden hebben een diepe teleurstelling ervaren bij het zien van de hardnekkige weerstand tegen het noodzakelijke transformatieproces. Hierdoor is LSP/PSL niet enkel een verlamde organisatie geworden, maar bevindt ze zich nu ook in een fase van ontbinding. Deze diepe crisis is niet het gevolg van het transformatieproces zelf, maar juist van het uitblijven ervan.” (…) Het transformatieproces had als doel fundamentele veranderingen te realiseren én een eerlijk debat te voeren over de fouten uit het verleden. Een diepgaande oefening in zelfreflectie en politieke heroriëntering was nodig om de partij weer levensvatbaar te maken. We zijn erin geslaagd dit proces in gang te zetten binnen de contouren van LSP/PSL — maar we botsten onvermijdelijk op de limieten ervan. In de praktijk is de partij uiteengevallen. Er bestaan diepgaande meningsverschillen over de oorzaken van de crisis, politieke perspectieven en de rol van revolutionairen vandaag.”

“Deze uiteenlopende visies zijn — zoals de praktijk aantoont — niet te verzoenen en zullen elk hun eigen pad moeten volgen. Zoals vele kameraden aanvoelen, zou ook een derde sessie van het congres daar niets aan veranderen. Integendeel: zo’n congres zou in de praktijk een performatief schouwspel worden — een “boxing match” tussen enkele overtuigden — dat het trauma van de voorbije jaren enkel zou verdiepen.”

12 van de 16 leden van het Nationaal Comité beslisten om uit de partij te stappen en te beginnen werken aan een nieuwe organisatie. Deze 12 zijn allen betrokken bij Solidarity. Niemand was nog bereid om de leiding van LSP/PSL over te nemen en de partij verder te zetten. We nodigden alle LSP/PSL leden die een andere weg wilden inslaan om dit openlijk te bespreken. “Als een groep LSP/PSL-leden het oude project wil voortzetten, onder haar naam wil werken en dit als haar politieke doelstelling wil verklaren, dan staat het haar vrij om dat openlijk te doen. Totdat een dergelijk standpunt wordt ingenomen, beschouwen wij het als onze plicht om de partij op verantwoorde wijze te ontbinden, met volledige inachtneming van de verbintenissen die de partij en haar leden zijn aangegaan.” De ironie wil dat diegenen die het hardst de traditie, methodes en het programma van LSP/PSL bleven verdedigen zelf niet bereid waren om de leiding op te nemen en dat project verder te zetten. Geen enkele groep van oud LSP-PSL leden was bereid om haar verantwoordelijkheid op te nemen in de ontbinding. Ze verlieten het zinkend schip en sommigen grepen mee wat ze mee konden grijpen.

De aankondiging dat de partij uit elkaar gevallen was kwam hard aan bij heel wat leden, ook al kwam het ook niet helemaal als een verrassing. Voor velen betekent het een diepe teleurstelling in een project waar ze hoop in stelden, motivatie haalden en veel tijd, energie en middelen in investeerden. 

Wij zijn doorheen het hele proces consequent geweest om onze eigen verantwoordelijkheid op te nemen in het falen van dit politiek project. We hebben waar nodig sereen en gemeend excuses aangeboden voor wie we als organisatie teleurstelden of kwetsten. Ook in deze verklaring willen we erkenning geven aan ons falen en excuses aanbieden aan wie de gevolgen ervan moest dragen. We zijn vandaag lid van Solidarity. Daaraan voorafgaand hebben we elk op onze eigen manier, met onze eigen inzichten, gestreden om de partij LSP/PSL te hervormen en te corrigeren. We kunnen enkel vaststellen dat het too little and too late was om het einde van LSP/PSL nog te vermijden. 

Het einde van LSP/PSL betekent geenszins het einde van ons engagement in de strijd voor een socialistische wereld. Integendeel: deze ervaring — met al haar pijnlijke elementen — is voor velen van ons een zware maar belangrijke leerschool geweest. Als groep hebben wij de verantwoordelijkheid genomen om de oude organisatie correct af te sluiten, geld in te zamelen om alle onbetaalde facturen te betalen, alle medewerkers correct te vergoeden, …. Tegelijk hebben we begin juli besloten samen een nieuwe organisatie op te richten.

Bij elke stap richting de oprichting van die nieuwe organisatie nemen we de nodige tijd voor reflectie en discussie. We kijken kritisch naar ons verleden en erkennen dat LSP/PSL, naast waardevolle bijdragen, ook grote tekortkomingen had. Naast de thema’s die we reeds benoemden met betrekking tot de plaats van de strijd tegen onderdrukking in de klassenstrijd en onze interne cultuur, willen we in het bijzonder breken met de dogmatische en sektarische praktijken uit onze politieke traditie.

Ook al kwam onze traditie voort uit de belangrijke strijd tegen de stalinistische, bureaucratische en sektarische degeneratie van de communistische beweging, toch kunnen we niet ontkennen dat de gehele revolutionaire linkerzijde — ook onze organisatie — werd beïnvloed door concepten van partijcultuur en leiding die we erfden uit de karikaturen van wat doorging als revolutionaire of marxistische partijen. Gedurende het grootste deel van de 20e eeuw heeft het stalinisme en het reformisme een enorme stempel gedrukt op wat voor marxisme doorgaat. Dit had een diepe impact op de visie op, verhouding tot en de praktijk van de klassenstrijd, de interne organisatie en partijcultuur. We zijn ons daarvan bewust en willen breken met het sektarisme en dogmatisme dat daaruit voortkwam. We hebben geen sluitende antwoorden op de vele vragen die zich stellen. Maar we hebben wel een duidelijke richting die we willen bewandelen. 

Oprichting van Solidarity

Half september namen we een voorlopige naam aan: Solidarity. Onze ambitie is een nieuwe intersectioneel marxistische organisatie op te zetten, met een radicale focus op de dynamische, vernieuwende en strijdbare elementen van de huidige strijdbewegingen. We nemen een bescheiden houding aan, gezien de politieke fouten waar we deel van hebben uitgemaakt. We engageren ons om altijd het belang van de strijd, de onderdrukten en de werkende klasse voorop te plaatsen in onze politieke praktijk, weg van de sectaire partijtradities uit het verleden. Op een congres in december zullen we de nieuwe organisatie formeel oprichten.

Wij geloven dat massastrijd het instrument is om de kapitalistische vernietigingsmachine tot stilstand te brengen. Om dat te kunnen realiseren, zijn organisatievormen en strijdinstrumenten nodig die de strijd tegen elke vorm van onderdrukking centraal stellen in hun visie op de klassenstrijd. Revolutionairen moeten daarin een leidinggevende en voorbeeldfunctie vervullen, met aandacht voor verantwoordelijkheid, veiligheid en solidariteit binnen hun rangen.

De strijd voor een socialistische wereld — bevrijd van barbarij, uitbuiting en onderdrukking — blijft onze ambitie. Solidarity!