Arizona versterkt patriarchale en heteronormatieve normen

Het autoritaire neoliberale beleid van de regering van Arizona laat zich voelen op alle maatschappelijke terreinen. De geplande en reeds doorgevoerde aanvallen op sociale rechten zullen structureel de patriarchale en heteronormatieve machtsverhoudingen versterken. Door sociale bescherming af te breken en collectieve diensten te verzwakken, maakt de regering materiële autonomie moeilijker voor een groot deel van de bevolking – en onevenredig moeilijker voor vrouwen en LGBTQIA+ personen.

Wanneer sociale rechten achteruitgaan, wordt afhankelijkheid de norm. Door verminderde toegang tot betaalbare huisvesting, kinderopvang, zorg, inkomenszekerheid en openbare diensten zijn steeds meer mensen aangewezen op hun familie als ‘vangnet’. In een samenleving die sterk patriarchaal is georganiseerd, betekent dit in de praktijk een grotere economische en sociale afhankelijkheid van mannen, en dus een beperking van de reële vrijheid om relaties met geweld, misbruik of controle te verlaten.

Economische afhankelijkheid is een machtsrelatie. Europese cijfers tonen dat vele duizenden vrouwen te maken krijgen met economische controle: partners die hun werk verbieden, hun inkomsten confisqueren of elke uitgave monitoren. Dat is geen “relationeel conflict”, maar economische gijzeling. Wie geen eigen inkomen heeft, geen toegang tot spaargeld, geen recht op een volwaardig sociaal vangnet, zit vast in een gewelddadige machtsstructuur.

Dat slechts een kleine minderheid van slachtoffers aangifte doet, is geen kwestie van individuele moed, maar van materiële overlevingskansen. Een klacht indienen betekent risico nemen: woonst verliezen, inkomen verliezen, in armoede belanden. Slachtoffers stellen zichzelf de vraag: kan ik het mij veroorloven om veilig te zijn? Wanneer het antwoord “nee” is, wint de dader. Economische precariteit is daarom een instrument dat geweld in stand houdt.

In België ervaart 3 op de 10 vrouwen ooit partnergeweld. We spreken dus niet over een uitzondering maar over een structureel probleem. Wie zoals de Arizona regering uitkeringen beperkt in de tijd, toegang tot sociale woningen verstrengt, arbeidsmarktflexibilisering verdiept en pensioenrechten afbouwt, voert geen neutraal of verantwoord begrotingsbeleid. Dat is een klassenpolitiek die patriarchale machtsverhoudingen reproduceert. 

De terugkeer van zorgwerk naar de privésfeer

Alle sociale sectoren: zorg, onderwijs, sociale dienstverlening en gezondheidszorg – sectoren met een hoog percentage vrouwelijke werknemers –  worden geconfronteerd met besparingen en verslechtering van de arbeidsvoorwaarden. Er wordt meer gevraagd, met minder middelen, terwijl dit werk, dat essentieel is voor samenleving, sociaal en economisch wordt gedevalueerd.

De ontmanteling van de sociale staat leidt tot een massale verschuiving van zorgwerk van de publieke naar de privésfeer. Taken die vroeger collectief werden georganiseerd – de zorg voor kinderen, zieken, ouderen of hulpbehoevenden – worden steeds vaker binnen het gezin op zich genomen. In de praktijk rust deze zorgtaken overweldigend op de schouders van vrouwen. Dit versterkt een diep patriarchale taakverdeling: mannen als kostwinners, vrouwen als zorgverleners. Deze dynamiek sluit vrouwen op in gefragmenteerde loopbanen, lagere inkomens en blijvende economische afhankelijkheid. 

Het heteronormatieve model als ideologische verankering

Parallel aan dit a-sociale offensief zien we een versterking van heteronormatieve normen in het politieke discours en de politieke keuzes. Het impliciete model van het “normale gezin” – cisgender, heteroseksueel, vaak met twee inkomens – dient als stilzwijgende referentie voor het overheidsbeleid. Alles wat daarvan afwijkt, wordt onzichtbaar gemaakt, gemarginaliseerd of kwetsbaarder gemaakt.

Voor LGBTQIA+-personen is deze ontwikkeling bijzonder gevaarlijk. Zij worden vaker geconfronteerd met gezinsbreuken, discriminatie op de arbeidsmarkt, sociaal isolement en mentale gezondheidsproblemen als gevolg minderheidsstress en geweld. Wanneer de publieke bescherming afneemt, leiden deze kwetsbaarheden al snel tot materiële afhankelijkheid of een verhoogde blootstelling aan geweld.

Ook in België dringen transfobie en queerfobie door in het politieke en mediatieke debat, met concrete gevolgen voor het leven van de betrokken personen. In augustus 2024 veroorzaakte vicepremier David Clarinval (MR) controverse door op sociale media het boek Transmania aan te bevelen, dat door talrijke LGBTQIA+-organisaties als transfoob wordt bestempeld en genderidentiteit voorstelt als een problematische “ideologie”. Dominiek Sneppe van Vlaams Belang verklaarde in 2019: “holebi’s die trouwen en kinderen krijgen, vind ik een brug te ver”. Vlaams Belang-politicus Filip Brusselmans noemde media-aandacht voor een gendertransitie een “overgave aan het absurde”.

Trans en queer personen rapporteren sociale contexten van afwijzing, onveiligheid en intimidatie die versterkt worden door het publieke discours. Volgens een recente studie van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen ervaren trans en non-binaire personen nog steeds significante discriminatie in het dagelijks leven, en voelen velen hun recht op bestaan en erkenning steeds meer in vraag gesteld. Meer dan 80 % van de respondenten gaf aan negatieve ervaringen van discriminatie te hebben gehad. We spreken dus over een structureel probleem — geen identitaire gevoeligheid. 

Een regering die sociale bescherming afbouwt, middelen voor gelijkekansenbeleid onder druk zet en tegelijk toelaat dat anti-gender retoriek in het publieke debat genormaliseerd wordt, versterkt objectief het klimaat waarin deze discriminatie gedijt. Arizona kiest voor een samenleving waarin kwetsbare groepen meer risico dragen. In een land waar de overgrote meerderheid van trans personen al discriminatie ervaart, betekent minder bescherming een verhoogde blootstelling aan geweld, uitsluiting en zelfcensuur. 

Eén van de eerste zaken die Trump na z’n inauguratie op 20 januari 2025 ondertekende was een executive order die de federale regering opdroeg om gender te definiëren als een onveranderbare biologische binaire indeling (mannelijk en vrouwelijk). Federale agentschappen moeten voortaan “sex” in plaats van “gender” gebruiken en genderidentiteit wordt niet meer als basis voor beleid erkend. Alle vormen van zelfbeschikking die trans personen toelaat om op officiële documenten zoals paspoorten en visa gendermarkering vrij aan te passen, werden stopgezet. Toegang tot door de overheid gefinancierde faciliteiten (zoals gescheiden gevangenissen) op basis van hun genderidentiteit werd verboden.

Hiermee effent Trump de weg om de beperkte maar belangrijke rechten die werden afgedwongen terug te draaien. De Arizona regering volgt in het kielzog. 

Het recht op abortus in de vriezer: controle over het lichaam als machtsinstrument

Deze regering heeft cursussen over oorlogstraumatologie verplicht gesteld in medische faculteiten en hulpverleningsprogramma’s. Maar ze is niet in staat om ervoor te zorgen dat abortustechnieken op grote schaal worden onderwezen om zo de toegankelijkheid tot abortus te vergroten. Tussen oorlog en het recht van vrouwen op hun lichaam heeft deze regering haar keuze gemaakt.

Het recht op abortus wordt in Arizona “in de diepvriezer” gestopt. Hoewel abortus binnen een strikt kader werd gelegaliseerd, blijft ondanks het belangrijke werk van veel activisten en medici, de toegang in de praktijk beperkt, ongelijk en onzeker. De weigering om de wetgeving uit te breiden, de gedeeltelijke handhaving van de strafbaarstelling (bijvoorbeeld buiten de 12 weken na de bevruchting) en het uitblijven van structurele investeringen in toegankelijke zorg tonen dat reproductieve autonomie geen politieke prioriteit is.

Controle over de voortplanting is altijd een pijler van patriarchale macht geweest. Door abortus niet volledig te erkennen als een volwaardige vorm van gezondheidszorg en door morele, juridische en materiële barrières in stand te houden, beperkt de staat concreet de autonomie van vrouwen en personen die zwanger kunnen worden.

De gevolgen van dit beleid treft onevenredig veel vrouwen uit de werkende klasse, jongeren, mensen zonder papieren en mensen die in armoede leven. Wie over financiële middelen beschikt, kan terecht bij privéklinieken of in het buitenland. De anderen worden geconfronteerd met wachttijden, medische risico’s, stigmatisering of ongewenste zwangerschappen.

Van sociale staat naar racistische en disciplinerende staat

Om de rijkdom van een kleine elite te vergroten, wil deze regering de totale tijd die mensen aan werk besteden drastisch verlengen. Werk wordt gereduceerd tot een zuiver middel voor waardecreatie voor de werkgevers, niet als bron van zelfontplooiing of bijdrage aan een leefbare samenleving. Studenten en jongeren worden steeds vroeger in het betaalde arbeidsproces betrokken: de normalisering van studentenjobs onder slechte voorwaarden, vaak gecombineerd met studies en stages, legt enorme druk op hun vrije tijd en ontwikkeling. 

Langdurig zieken en mensen met een arbeidsongeschiktheidsstatus worden onderworpen aan een constante verplichting om opnieuw aan het werk te gaan, ongeacht hun gezondheid. Wie “niet meewerkt”, riskeert sancties, verlies van inkomen of zelfs uitsluiting van sociale steun. Tegelijkertijd wordt de actieve levensduur van werknemers verlengd: pensioenleeftijden worden opgeschoven, loopbanen verlengd en gepensioneerden aangemoedigd of verplicht tot (gedeeltelijk) werk.

Het resultaat is een samenleving waarin mensen hun hele leven worden geëxploiteerd voor de verrijking van een kleine elite, waar persoonlijke ontwikkeling, welzijn en onafhankelijkheid systematisch worden ondergeschikt gemaakt aan de productie van meerwaarde. 

Naarmate de sociale staat wordt ontmanteld, verandert ook de functie van de staat zelf. Werklozen, langdurig zieken en uitkeringsgerechtigden worden niet langer beschouwd als burgers met rechten, maar als individuen die moeten worden gecorrigeerd, geactiveerd of bestraft.

Sociale problemen worden geherkwalificeerd als individuele tekortkomingen. Armoede wordt een persoonlijk falen. Werkloosheid wordt voorgesteld als misbruik. Solidariteit wordt vervangen door controle en sancties. Dit is klassieke neoliberale retoriek, maar dan toegepast met steeds autoritairdere methoden.

Repressie heeft niet altijd knuppels nodig. Ze werkt via formulieren, administratieve controles, sancties, uitsluitingen en permanente onzekerheid. Ze zorgt voor een diffuse maar doeltreffende discipline, die iedereen aanzet tot zelfcontrole en onderwerping.

Bij alle partijen in Arizona is er een toenemende fixatie op migratie en identiteit. Sociale problemen worden regelmatig voorgesteld als het resultaat van een “culturele ontsporing”. Deze cultuuroorlog is geen toeval: het is een bewuste strategie om de aandacht af te leiden van de economische machtsverhoudingen.

Tientallen jaren van racistische propaganda – gevoerd door extreemrechts, maar ook door de zogenaamde traditionele partijen – hebben racistische vooroordelen diep in de samenleving geworteld. Deze ideologische basis maakt het mogelijk om een steeds harder beleid ten aanzien van de meest kwetsbaren te rechtvaardigen.

Naarmate de staat steeds meer de bureaucratische en repressieve arm van de kapitalistische klasse wordt, tolereert hij steeds minder protest. Vakbonden, sociale bewegingen en kritische media worden als obstakels beschouwd. De regering wil de rol van vakbonden en mutualiteiten verzwakken en subsidies aan kritische ngo’s intrekken.

In de Verenigde Staten wordt het geweld van ICE gebruikt om een algemene vorm van repressie zonder democratische verantwoordingsplicht te normaliseren. Dit geweld zal op termijn tegen elke vorm van oppositie worden ingezet. Op dezelfde manier is het brute beleid ten aanzien van zieken en werklozen in België – door het afschaffen van fundamentele rechten – bedoeld om bureaucratisch en sociaal geweld te normaliseren en banaliseren.

Wanneer de ongelijkheid toeneemt en de solidariteit afneemt, nemen de sociale spanningen toe. Het antwoord van Arizona is de normalisering van de veiligheidsstaat. Dit is geen uitglijder, maar een systemische logica. Historisch gezien is repressie altijd de keerzijde geweest van sociale ontmanteling.